Ik wil een méns als leidinggevende, geen cijferneuker

Hij zat tegenover me. Ineengezakt. Op bepaalde momenten, waarop het niet paste, lachte hij. Een lach of een zenuwtrek? “Hij maakt mijn leven tot een hel. Hij luistert nooit. Hij ziet me niet, hij lijkt me niet eens te horen, behalve als ik spreek in zijn KPI-taal. Hij kan alleen hoog van de toren blazen en heel de afdeling danst naar zijn pijpen, maar ik niet, ik nooit!” Haast strijdlustig klonk het.

Waarom doen ze dat? Vroeg ik. “Omdat ze bang zijn! Bang voor hun hachje, bang voor hun baantje! Bang dat de zon ‘s morgens opgaat en bang dat ie ’s avonds op hun hoofd neerkomt! Iets anders dan angst kennen ze ook niet. Dus ach, hij is wel prima voor ze”. “Maar niet voor jou” zei ik. “Nee, voor mij niet! Ik wil een méns als leidinggevende, geen cijferneuker”. Ik ben een mens, maar daar kan ie niets mee. Ik heb gevoelens, ik heb gedachten. Soms zeg jij dat tegen me. Ik wou dat je dat een keer tegen hem zei! Hij kent alleen maar cijfers! Stomme cijfers, spreadsheets, kpi’s, jaarcijfers, roosters, BAH!”

“En hoe zou jouw leidinggevende eruitzien als jij hem of haar mocht kiezen?” “O…” Hij zweeg en keek tegelijk als een kind in een snoepwinkel. Hij sprak zacht toen hij begon te praten, eerst in losse woorden, toen wat meer in zinnen. Een vrouw, zacht en streng, zichtbaar en onzichtbaar, een kind van goden en mensen kwam tevoorschijn uit zijn beschrijving. “Zou ze op je moeder lijken?” vroeg ik na een tijdje. Hij grinnikte, nu echt en zei “ja, ik denk van wel. Maar ze is al 23 jaar dood”. “En je vader?” ging ik door. “Als die je leidinggevende was? Hoe zou die eruitzien?” “O die, die was zo flexibel als een loden deur! Als je eens wat wilde, moest hij meteen weten of het geld kostte en zo ja, hoeveel. Eigenlijk had mijn leidinggevende wel familie van hem kunnen zijn! Al lijkt ie niet…”

“En hoe deed je moeder dat dan? Was het een gelukkig of ongelukkig huwelijk?” “Och nee, mijn moeder had geen last van hem. Die wist het altijd zo in te kleden dat het allemaal lukte. Als we naar een pretpark wilden of zoiets zei ze ”laat mij maar” en dan stelde mijn vader de volgende dag voor om naar dat pretpark te gaan, alsof hij het zelf bedacht had. Ja, hoe ze dat deed….” “Je moeder had dus geen last van de strengheid, of hoe moet ik het zeggen, van je vader?”. “Nee, hij was naar haar ook veel leuker. Nooit zo streng. Als mijn ouders samen waren, was mijn vader prima te pruimen. Als ie alleen was, dan ontspoorde hij. En zij overleed zoveel eerder dan hij.” “Hoe zou je moeder om zijn gegaan met jouw leidinggevende?”, vroeg ik voorzichtig. Hij moest lachen. “Ze zou hem volstrekt onbelangrijk hebben gevonden, hij haalt het niet bij mijn vader. Maar dat had ie nooit gemerkt. Ze zou lief tegen hem gedaan hebben, net zoals ze tegen iedereen deed. En hem complimentjes gegeven hebben voor wat die goed deed. Ze zou zelfs in die stomme kpi’s gedoken zijn om die ene eruit te halen die ze interessant vond, zodat ze dáár wat aardigs over kon zeggen.”

“En wat zou er gebeuren als jij zou doen zoals je moeder tegen je leidinggevende?” Hij leek zich te verslikken, herpakte zich en lachte me vierkant uit. “Mijn moeder nadoen? Dat kan ik al niet eens, laat staan tegen die ongelikte beer, dat stuk onbenul, die idioot, je bent gek!”

We gingen er niet verder op in. Ook de keren erna waren we bezig met andere thema’s en pas een week of wat geleden kwam hij erop terug. Omdat ik ergens opmerkte dat er iets veranderd leek in de manier waarop hij over zijn leidinggevende sprak. Hij keek een beetje betrapt. Hij aarzelde en zei toen. “Ja, weet je nog dat we het een keer hadden over mijn leidinggevende?. En dat jij me vroeg of ik kon doen als mij moeder?” Ik knikte. “Ja, zei hij. Een paar dagen later zag ik een lijst met kpi’s en er zat er één bij, waarvan ik dacht: “als mijn moeder hier had gezeten, had ze dáárover een compliment gemaakt”. Hij was even stil. “En dat heb ik toen gedaan. En hij reageerde net als mijn vader naar mijn moeder. Ik heb het nog een paar keer geprobeerd en elke keer hetzelfde.”

“Het was alsof mijn leidinggevende meer léeft, sindsdien. Het klinkt een beetje raar, maar ik besef nu vaker dat hij ook een mens is, net als ik. Dat hij behoeftes heeft en dat ik daar best iets in kan doen. Dat hij niet verantwoordelijk is voor mijn geluk, maar net als ik, wel op zoek is naar erkenning en zo…“ Hij brak af. “Nu klink ik wel erg soft he?”

Ik glimlachte alleen.

(geanonimiseerd en met toestemming geplaatst)