Hoera tunnelvisie!

Een paar jaar geleden was ik verantwoordelijk voor een innovatief idee. Dat presenteerde ik vol enthousiasme bij een groter projectteam waar het idee onderdeel van zou worden. De projectmanager reageerde sceptisch. “Leuk idee, maar kom over zeven jaar maar terug” was zijn reactie.

Vage idealist met tunnelvisie

Toen ik aandrong, ik wilde immers aan de slag en een proefopstelling maken, raakte hij geïrriteerd. Ik werd in de vergadering weggezet als een vage idealist met tunnelvisie.

Daar kon ik het mee doen. Tunnelvisie. Ik had een negatieve associatie met dit woord. Ik zag een donkere tunnel voor me, met dikke muren. Een beperkte blik, alle andere opties uitsluitend. Ik voelde me beledigd en niet serieus genomen.

Tunnelvisie geeft focus en richting

Stel dat je voor een enorme berg staat. Je kijkt als het ware door de berg heen. Je ziet de gezochte oplossing aan de andere kant. Kinderen hebben van nature de gave om door bergen te kijken. Om zowel voor de berg te staan en tegelijkertijd te zien wat er aan de andere kant ligt. Deze kinderlijke kracht, die van de verbeelding, is noodzakelijk voor het zien van nieuwe mogelijkheden. Voor een aansprekende visie en voor innovatieve oplossingen. Ze is ook noodzakelijk om de moed te vatten om de berg te beklimmen. Waarom zou je anders doorgaan? Tunnelvisie geeft focus en richting. Dit andere perspectief noemen we een paradigmawisseling.

Ga je mee?

Mocht je, net als ik toen, beticht worden van tunnelvisie, dan is dat op te vatten als compliment! Je kijkt namelijk door bergen heen en bent daardoor vastberaden op reis gegaan. Je bezit deze belangrijke kinderlijke kracht. Dan is het “slechts” een kwestie van het delen van je beeld van de andere kant van de berg en de vraag stellen: “ga je mee op reis”?

Je beeld delen

Ik heb die vraag toen niet gesteld. De proefopstelling is gemaakt en getest, maar de projectgroep heeft alle mogelijke tegenwerking verleend. Die tegenwerking heeft me overigens wel scherp gehouden en het heeft ook veel extra tijd gekost. Achteraf kan ik zeggen dat ik de projectgroep geen plek heb gegeven in mijn tunnelvisie. Een beeld delen betekent dat je anderen daarin ook iets te doen geeft – en dat gaf ik ze toen niet.

 

Hoe helpt dit paradigma mij?

Inmiddels weet ik dat ik graag werk met mensen met tunnelvisie. Zij kennen immers het land aan de andere kant van de berg. En ik zorg dat ik blijf vragen naar dat land. Want dan kan ik mee op reis en meebouwen aan de weg ernaar toe.

Met dank aan Robert Dijkgraaf die in zijn lezing mij een andere betekenis gaf aan het woord tunnelvisie.