Hoe werkt het?

Hoe creëren wij een cultuur waar bevlogenheid kan ontstaan?

Daarvoor zijn vier krachtige motoren:

  1. Autonomie en eigenaarschap vergroten (Eigenaarschap)
  2. Creativiteit faciliteren (Creativiteit)
  3. Betrokkenheid stimuleren (Bevlogenheid)
  4. Duurzame groeicultuur creëren (Systeem/context)

Wij gebruiken het model Spel Speler Plaats

Ooit is elk bedrijf begonnen met een bedoeling, de missie. Het opgerichte bedrijf was de vorm om een spel te gaan spelen: het consultancyspel, het luchthavenspel, het bouwspel enzovoort. De spelregels die erbij horen zijn spel-specifiek. Ze vertellen hoeveel plaatsen (posities) op het speelveld nodig zijn en welke taken nodig zijn om het spel zo goed mogelijk te kunnen spelen. De spelers, jouw werknemers, nemen elk een plaats in. Daar hebben ze voor gekozen. Hoe ze functioneren is afhankelijk van vele factoren en dat noemen wij het systeem, de context.

Door zo naar een team of organisatie te kijken is het mogelijk snel te doorzien waar in het systeem de natuurlijke groei wordt belemmerd en wat nodig is om te komen tot meer bevlogenheid.

Nieuwste methoden en technieken?

Wij maken graag gebruik van nieuwste technieken die in de (top)sport worden ingezet: de kracht van de verbeelding. Het grootste verschil tussen succesvolle professionals en amateurs is dat succesvolle professionals trainen en constant leren en verbeteren. Topsporters zetten hun verbeeldingskracht actief in om wedstrijden volledig te beleven. Piloten trainen op flightsimulators waar ze allerlei problemen nabootsen en leren opvangen.

Onze verbeelding kunnen we ook inzetten om organisaties veiliger en meer groeigericht te maken. Van elk incident kun je leren. In elke gebeurtenis zit een belofte voor de toekomst. We kunnen leren om in het nu te leven, te reflecteren, te experimenteren en kleine stapjes te zetten in de richting van onze visie. Dat is spannend. Dat creëert bevlogenheid.

Belangrijke vragen zijn:

  1. Met welk deel van de gemeenschappelijke missie (of belang) ben je werkelijk verbonden (en waar dus niet mee)?
  2. Hoe worden de kernwaarden geleefd (en waar nog niet)?
  3. Welk gedrag past hierbij in de dagelijkse praktijk (en welk gedrag niet)?
  4. Wat belemmert jou nog om dat gedrag te laten zien?